WEBLOG JEF GEYS

‘WAT ETEN WIJ VANDAAG? 2013’ – CUBITT – LONDON

Posted in Cubitt by gvd on June 27, 2013

JGeys_img

Jef Geys toont zijn werk al meer dan vier decennia op consequente en volhardende wijze. Geys’ oeuvre ligt dwars met een groot spectrum aan referenties en fungeert als een platform waar kritische analyses en de transmissie van kennis de fundamentele bouwstenen vormen, gekoppeld aan de afwezigheid van elke vorm van hiërarchie en courante esthetiek. Meta kritiek en kritiek op zijn eigen positie in de kunstwereld zijn hem absoluut niet vreemd. Zijn visie en zijn letterlijk ‘aparte’ positie in het Vlaamse kunstlandschap, met hoofdkwartier te Balen, maken van hem een atypisch kunstenaar, moeilijk (of gewoonweg niet) te vatten in een stroming. Zijn werk combineert een seculiere visie, die zich focust op socio-culturele aspecten, met de eigen persona, die ten alle tijden een primaire rol blijft spelen. Het is dan ook vanuit deze tweespalt, deze contradictie, dat men het best naar het werk van Geys kijkt, een oeuvre waarin het onverwachte de norm is.

In oktober 1993 opende in kunstencentrum Witte De With te Rotterdam de tentoonstelling ‘Wat eten wij vandaag’ waarin Geys zijn aandacht op het dagelijkse leven van de bewoners van de Alexanderpolder richtte.  Hij deed dit als reactie op het abstracte denken dat architecten en politici gebruikten voor de aanleg van dit soort buurten die werden ontwikkeld na de tweede wereldoorlog. Geys bracht de dagelijkse realiteit van deze wijken in beeld, niet het theoretisch model dat architecten gebruikten om buurten als deze te creëren. Daarnaast betrad Geys met ‘Wat eten wij vandaag’ een eerste maal het terrein van de eetcultuur, door negen deelnemende gezinnen om beurten in hun eigen eetkamer te volgen tijdens hun avondmaal en dit live op de lokale TV uit te zenden. Haast dag op dag twintig jaar na het originele ‘Wat eten wij vandaag’ refereert Geys opnieuw naar deze tentoonstelling met ‘Wat eten wij vandaag – 2013’, zij het ditmaal niet via de avondmalen van de bewoners van Alexanderpolder, maar de bezoekers van zeven toprestaurants in en rond Londen.

Naast de overduidelijke referentie naar het origineel, refereert ‘Wat eten wij vandaag – 2013’ ook naar enkele werken waarin archief een belangrijke rol speelt, zoals naar Quadra Medicinale (Biënnale van Venetië, 2009), Woodward Avenue (2010) en het boek ‘Jef Geys. Al de zwart-wit foto’s tot 1998’, waarin hij veertig duizend foto’s op vijfhonderd pagina’s onderbracht.  ‘Wat Eten Wij Vandaag, 2013’ staat in verbinding met deze iconische werken en bouwt verder op de vraagstukken die hij met deze werken reeds opwierp. Zo vertrekt Geys, net zoals in Quadra Medicinale als in Woodward Avenue in dit nieuwe werk “vanuit het begrip ‘terroir’, een term die meer relateert aan de notie van biotoop dan aan het idee van territorium” (Dirk Snauwaert, 2009).

In ‘Wat Eten Wij Vandaag, 2013’ zal Geys een compacte fotostudio in een zevental restaurants in de regio Londen plaatsen. De fotostudio’s hebben een afmeting van om en bij de 37x37x37 cm, waardoor ze gemakkelijk in de keuken van de chef passen. Aan elke deelnemende chef wordt vervolgens gevraagd of ze de gerechten die ze aan hun klanten serveren op een consequente manier willen fotograferen en bijgevolg ook archiveren. De fotostudio is via het internet verbonden met een centrale server die alle gefotografeerde gerechten verzamelt en vanwaar ze worden klaargezet om te projecteren in de tentoonstelling. Daar worden ze – dankzij de directheid van het internet slechts luttele seconden nadien – één voor één op een groot raster getoond, vergezeld met het tijdstip en de locatie waar de beelden genomen werden. Op die manier verworden de archieffoto’s de basis van het nieuwe werk.

Gebaseerd op de locatie en het tijdstip waarop de foto van het gerecht werd genomen, start er op de server een zoekactie waarbij de belangrijkste Britse nieuwssites worden afgeschuimd. Het resultaat daarvan is een spervuur aan beelden en nieuwsitems die visueel gekoppeld worden aan de gerechten. De nieuwskoppen en bijbehorende foto’s worden geselecteerd op basis van hun nabijheid in zowel ruimte als tijd met betrekking tot het geregistreerde gerecht. Op het eerste zicht lijken die beelden vrijblijvende data, maar een geïnformeerde kijker ontwaart in de toegevoegde beelden de (indirecte) context waarin het gerecht is ontstaan. Het resultaat van deze opzoeking wordt gevisualiseerd aan de hand van drie projecties. De eerste projectie geeft een raster weer waarop alle gerechten één voor één verschijnen op het moment dat ze gefotografeerd worden. Op de andere twee projecties wordt steeds een ‘associatieve slide’ getoond met daarop centraal één gerecht (het meest recente) en de gevonden nieuwsbronnen die de context er rond scheppen. Wanneer een volgend gerecht binnenkomt, ontstaat opnieuw een zoektocht, met nieuwe beelden, en de vorige ‘associatieve slide’ verdwijnt en wordt vervangen door een nieuwe. Maar de data van de ‘associatieve slides’ wordt ook opgeslagen en gearchiveerd op de centrale server. De opgeslagen data is dankzij de website ook online te bekijken. Daar waar in de tentoonstelling de beelden elkaar opvolgen zal via het internet de mogelijkheid ontstaan om een overzicht, het archief, de stand van zaken, te overzien. Essentieel aan dit opzet is het gevoel van oneindigheid, zo zal de tentoonstelling op diverse plekken herhaald kunnen worden zonder één maal hetzelfde beeldmateriaal te creëren of te hergebruiken.

Het resultaat is een archief vol met gerechten en ‘een’ context. Men kan elke ‘associatieve slide’ beschouwen als een archiefdoos waarin naast een afbeelding van het gerecht een reeks foto’s zit die de context van het centrale gerecht beschrijven. Volgestouwd met informatie roepen ze ook vragen op over de onmetelijke subjectiviteit en willekeur van de dingen die zijn opgeslagen en over het belang van het subject ten opzichte van de context. De data die wordt gearchiveerd en getoond op de website zijn de efemere elementen uit de tentoonstelling. Zij roepen essentiële vragen op, “zoals wat gaan we nu net archiveren?”, en: “onder welke condities beslissen we wat wel of niet wordt gearchiveerd?” Vaak is dit gebaseerd op een zogezegd objectief en gestructureerd principe, doch mag men erkennen dat dit in de praktijk niet uitblinkt in transparantie. Zowel in zijn visuele als inhoudelijke weergave is het gemiddelde archief niet bijster toegankelijk voor de niet-specialist. Ook hier, al wordt enkel gewerkt met elementen die een sterke vorm van (h)erkenning hebben, zal alles leiden tot een vorm van ontransparantie. Het geeft de toeschouwer de keuze om zo ver als hij wenst in te gaan op het getoonde en hoewel hem dit veel extra informatie zal opleveren, zal het hem desondanks steeds verder van het begrijpen van de kern afdrijven.

Na de tentoonstelling blijft er een document over dat dagelijks werd aangevuld en voorzien van diverse details. Hierdoor wordt de ‘tentoonstelling’ benaderd vanuit een in situ tijdskader en manifesteert zich zo als een soort mijn, een site die data braakt en presenteert maar ze ook niet laat oplossen.

— Carl W. Jacobs en Kim Rothuys

sprekers bij ‘Wat eten wij vandaag?2013’: Chris Dercon en Dirk Snauwaert

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s

%d bloggers like this: