WEBLOG JEF GEYS

Jef Geys – Ter Vest – Balen

Posted in Uncategorized by gijs van doorn on November 26, 2017

OVER ‘ONS’ HUIS
Jef Geys in Ter Vest in Balen

 

Omdat wij van ons zelf geen huis zijn

Rutger Kopland

1

 

BALEN – Vrijdag 13 maart 2015. Inhuldiging vervangingsnieuwbouw OCMW woonzorgcentrum Ter Vest met o.a. de burgemeester, de OCMW voorzitter en de Vlaamse Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin. 

Jef Geys, die in Balen woont en werkt, is exceptioneel aanwezig op een evenement rond zijn werk en voert er – nog uitzonderlijker –  het woord. Hij wordt geacht het kunstproject toe te lichten dat hij in het centrum realiseerde. Maar Geys geeft zelden of nooit hardop openbare verklaringen en al zeker niet over de inhoud van eigen artefacten. Hij attendeert hier in Ter Vest dan ook enkel, in zijn karakteristieke, ongemakkelijk stemmende trant, op de financiële achtergrond van zijn ingreep en beklemtoont dat deze een verplichting is, geen (vrijwillig) ‘cadeau’ (van het Balense bestuur).  De opdracht kadert in de procentenregeling van de Vlaamse Overheid. Hij voegt er nog aan toe dat de 0,50 procent van deze regeling niet in ‘zijn eigen zak’ verdwijnt. Die passeert er wel, maar zal worden gebruikt voor een documentatiecentrum in Balen dat maar niet van de grond komt vanwege gebrek aan geld (hij wijst hierbij naar de burgemeester). ‘Maar dit gaat helpen’.1

IN SITU. Het decreet waarnaar Jef Geys verwijst dateert van 23 december 1986 en stipuleert dat voor elke bouw of verbouwing die geheel of gedeeltelijk ten laste van de Vlaamse Gemeenschap  gebeurt een percentage van de bouwkosten aan ‘in het gebouw geïntegreerde  kunstwerken’ moet worden besteed.2 Het decreet blijft dode letter tot in 1996 met een ministeriële omzendbrief wordt verordend dat ‘alle nieuwe aanvragen tot het bekomen van investeringssubsidies slechts ontvankelijk kunnen verklaard worden als de bouwplannen en het lastenboek een geïntegreerd kunstwerk voorzien (…).’ In 1998 wordt een cel ‘kunstintegratie’ opgericht die, vanaf 1999 omgedoopt tot ‘kunstcel’, nauw zal gaan samenwerken met de Vlaams Bouwmeester. De cel adviseert bij de keuze van de kunstwerken.3

Nog hetzelfde jaar worden twee voorstellen van Jef Geys geselecteerd voor twee ‘kunstintegratie’-projecten: het Vlaams Administratief Centrum, het Hendrik Van Veldekengebouw, in Hasselt (samen met Richard Venlet en Maria Blondeel) en Het Provinciehuis in Leuven (samen met Ann Veronica Janssens, Aglaia Conrad, Guy Rombouts, Eran Schaerf, Richard Venlet en Heimo Zobernig). Ook daarna worden ontwerpen die hij indient geregeld gekozen voor openbare gebouwen van divers pluimage:  Openbaar Psychiatrisch Zorgcentrum (OPZC), Rekem (geïnitieerd in 2000, gerealiseerd in 2005), Binnengebied, Turnova-site, Turnhout  (geïnitieerd 2012, niet gerealiseerd), WZC Ter Vest Balen (geïnitieerd in 2010, gerealiseerd in 2014), WZC St-Barbara Herselt (geïnitieerd in 2012, gerealiseerd in 2016).4

Niet enkel de kwaliteit van zijn werk maakt Jef Geys tot een van de veelgeselecteerde artiesten, maar ook de wijze waarop hij zich al vanaf zijn vroegste kunstenaarsjaren in de artistieke wereld beweegt. Met zijn in wezen plaats- en tijdgebonden praktijk sluit hij op een eigenzinnige manier aan bij een belangrijke ontwikkeling van de kunst in de jaren 1960 waarvan ook het genoemde Vlaamse decreet onrechtstreeks een uitvloeisel is.

‘In situ’-kunst of ‘Site-specific art’ was voor vele kunstenaars van die jaren een piste om te ontsnappen uit de grijparmen van het museum, de kunstmarkt en de kunstconsument. Ze gingen  kunstwerken maken die intrinsiek verbonden waren met de plaats en de omgeving waar ze werden getoond. Op die wijze werd het veel moeilijker het werk museaal te consolideren of financieel te verhandelen. Het kon immers niet anders dan op die specifieke plek gepresenteerd worden en verloor zijn betekenis op een andere locatie. Foto’s waren meestal de enige restanten. Dikwijls bepaalden de stoffelijk kenmerken van een site – de contouren, de afmetingen, de lichtinval, de staat, de functie, … van de ruimte enz.- mee de aard van het kunstwerk. De interventies van Daniel Buren, ‘vit et travail in situ’, trekken vanaf 1967 een markerende lijn van deze tendens. Buren wordt vaak de vader van de term ‘in situ’ genoemd.

Met zijn diepgaand wantrouwen tegenover (kunst)instellingen en ( -)handel was deze ontwikkeling koren op de molen van Jef Geys. Maar zoals dikwijls bij hem het geval is, spant hij de verworvenheden van artistieke veranderingen voor zijn eigen dwarse kar en rekt ze op tot hun limieten. De kunstenaar opereert namelijk fundamenteel vanuit een situatie, situerend en gesitueerd in tijd en ruimte. Herkomst en bestemming en de weg ertussen maken expliciet deel uit van zijn kunstpraxis, ze worden met naam en toenaam getoond en genoemd.

 

BIOTOOP & TERROIR. De begrippen ‘biotoop’ en ‘terroir’ zijn hier verhelderend. Geys liet ze zelf vallen in teksten bij enkele tentoonstellingen.

In 2003 kreeg de expositie in Galerie Cum Laude in Mol de titel ‘Biotoop’. Er was een compilatie te zien van foto’s, schilderijen, video’s, architectuurplannen, affiches en allerhande prullaria, allemaal restanten van de voedingsbodem die Mol (grensgemeente van Balen) in de jaren zestig en zeventig was. Jef Geys maakte er zelf deel van uit en plukte er ook de vruchten van. Op de achterkant van het Kempens Informatieblad bij de expo staan omschrijvingen van het woord ‘biotoop’ in het Duits, Frans en Nederlands: ‘Onderdeel van het door organismen bewoonde deel van de aarde (biosfeer) waarbinnen de levensvoorwaarden min of meer gelijk zijn (v.gr. bios=leven, topos =plaats)’.5

 

De notie ‘Terroir’ dook op in het Kempens Informatieblad bij Jef Geys’ bijdrage aan de Biënnale van Venetië in 2009 :  ‘Neem als vertrekpunt ‘terroir’, dus: plaats waar het allemaal heeft kunnen plaatsvinden of beter misschien heeft plaatsgevonden, iets breder dan ‘biotoop’ (…) 6. Het project wentelde veelkantig rond de lokalisering in grootsteden van planten (onkruid) met geneeskrachtige eigenschappen: ‘Op wat kan een dakloze die tandpijn heeft bijvoorbeeld kauwen om de pijn te verzachten, eventueel te genezen’.7 De titel ‘Quadra Medicinale’ verwees zowel naar de plaats/het vierkant waarin de planten gevonden kunnen worden als naar de ‘Leopold II quadra’s’ van het militaire kamp in Leopoldsburg, de geboorteplaats van de kunstenaar.

 

Voor Jef Geys is ‘een plaats’ dus geen abstract geografisch gegeven, geen afgebakend terrein, maar een concreet en levend stuk werkelijkheid –  in ‘biotopische’ zin: bios (leven )- topos (plaats) – waarmee hij aan de slag gaat en/of die hij zich voor korte of langere tijd toe-eigent. Zoals het terroir zijn smaak geeft aan wijn, geven plaats (en ook tijd) van ontstaan, ontwikkeling en realisatie vorm en betekenis aan een kunstwerk. Nauwe relaties met zijn eigen leven en de vermenging ervan met dat van anderen zijn belangrijke composieten van die biotoop of dat terroir. Zij garanderen de vitaliteit. Door rond een project vanuit zijn arendsnest – zijn huis/atelier/archief op de Langvennen 79 te Balen – geëngageerde samenwerkingverbanden aan te gaan met de meest diverse actoren – een psychiater, een politicus, een uitbater van een cabaret, een industrieel, schrijvers, journalisten, leerlingen, professoren, wetenschappers, maar ook met andere kunstenaars, galerijhouders, museumdirecteurs – en die te mixen met eigen private, professionele en creatieve demarches weet hij zijn kunst te behoeden voor het steriele  conceptualisme waaronder nogal wat in situ-kunst lijdt.

 

De plaats is en wordt bij Geys dus duidelijk gelokaliseerd, maar wordt niet gefixeerd. Zoals Bart De Baere schrijft: ‘Hij staat voor lokalisering als bewust alternatief tegenover globalisering. Lokalisering, anders dan ‘het lokale’ is performatief. Het is een kwaliteit van benaderen die een verschil veroorzaakt; ze staat voor het gesitueerd worden door reële, volle en gedifferentieerde verbindingen met concrete momenten, ruimtes en personen.8

 

HUIS. De dimensies van een biotoop zijn in wezen niet gelimiteerd. In de natuur kan het gaan van een steen tot een oerwoud. Bij de mens is het huis waarin hij of zij woont zowat de kleinste vorm ervan. Dat ‘huis’ in vele betekenissen van het woord – als ‘bouwwerk’, als ‘iemands woning (zonder dat bepaaldelijk aan een gebouw wordt gedacht)’of als de ‘bewoners, het huisgezin, de familiekring’ zelf  (Van Dale) – is een van de leidmotieven in het oeuvre van Jef Geys. Een motief waarvan de verschillende betekenissen in kunstwerken verstrengeld raken en zo fundamentele vragen stellen over de complexe relaties tussen gebouw, mens, samenleving, cultuur en kunst.

 

In het lange artistieke traject van Jef Geys was het huis drager van een kunstwerk, zelf een kunstwerk, dook het zijdelings op in een project of maakte het er de kern van uit.

 

In zijn ‘Kleurboek voor volwassenen’ uit 1964 is het huis – naast de wereld, het lichaam, het mannelijke, de droom, de hogepriesteressen van kunstgeschiedenis en de dingen – één van de onderzoeksthema’s. ‘Het huis, de tent,  de iglo, de hut, de caravan, chalet, mobilhome, de plaats waar men altijd over zegt: ik ga naar huis. Toen ik het huis in 1964 tekende , leek het een onderwerp van gesprek, zoals Ladovsky het wou: een vruchtbare samenwerking tussen producent (architect) en consument (de massa).’ Maar Geys merkte op en dat dit dikwijls niet het geval was en dat de woning tot in de kleinste details door de architect werd uitgetekend.’Na maanden vruchtbare eenrichtingsdiscussie vond de consument dat hij recht had op de vrije keuze van de brievenbus.’9

In 1966 vervaardigde hij opvouwbare constructies ‘op mensenmaat, voorlopig, te verplaatsen mee te nemen, eenvoudig. Voorlopig als woning, definitief als sculptuur, of voorlopig als sculptuur en definitief als woning.10

Een jaar later verfde Geys zijn gedeelte van zijn tweewoonst zwart uit protest tegen het omkappen van de boom op de scheiding, het ‘Zwart huis’ werd meteen ook een tekenbord voor zijn dochtertje, later beschilderde hij het zelf met Matisse-motieven uit bewondering voor de kunstenaar.11

In 1976 nam hij foto’s van dokterswoningen in Turnhout en stelde ze in het Cultuurcentrum ‘De Warande’ ten toon met een stadsplan waarop hij de huizen lokaliseerde. ’Wat is wooncultuur?’ was zijn vraag erbij, en hoe loopt die cultuur van de dokter via de architect naar de huizen van de minder gegoede inwoner van de stad?12

In 1977 bouwde hij eigenhandig met recuperatiemateriaal een ‘bewoonbaar huisje’. ‘Toen ik na twee maanden de dorpel in de verse mortel signeerde, werd het toen kunst?’, vroeg hij zich af. Maar niet enkel de artistieke kwaliteit van zijn bouwsel was voor hem van belang, ook het menselijke gehalte ervan: ‘Bij de bouw van dat huis ging het weer over maat en het lichaam als eenheid zoals in 1960 toen ik preuts in mijn onderbroek voor een wit vlak een reeks foto’s maakte en de gulden snede herontdekte.’13

Onder de tekeningen van zijn ‘Toets voor slaapdoosbewoners’, die in 1993 in het Kempens Informatieblad Alexanderpolder verscheen, zet hij: ‘Welk van deze tekeningen is een echt huis?’. Hij maakte de ‘Toets’ als reactie op een ontwerp voor een ‘doe-het-zelf-in-kartonwoonproject voor daklozen’ van leerlingen uit een hogeschool in Nederland. ‘Wat betekent ‘woning, huis, thuis voor daklozen?’, vraagt hij zich af.14

 

Veel van deze huis- en woonkwesties werden op dialectische wijze tot een synthese gevoerd in het grote project dat Jef Geys voor de Biënnale van Sao Paulo in 1991 uittekende . Maquettes (‘constructies’) van beroemde modernistische huizen in drie verschillende formaten (A,B en C) werden ondergebracht in een voetbalverband  (A, toonkasten van nationale voetbalbonden), een kunstcontext (B, het Niemeyer-gebouw van de Biënnale) en een sociale omgeving (C, sloppenwijk Parque Guarini). In de B-constructies hingen (joden-)sterren  in felle (voetbal-)kleuren. De C-constructie, ‘Casa’ genoemd, was een replica op 65% van het huis Wintermans uit Balen-Mol. Het stond de bewoners van de bidonville vrij de levensgrote maquette te gebruiken of af te breken voor eigen doeleinden. Het hele concept legde het uiterst complexe web bloot van de individuele, populaire, politieke, sociale, culturele en artistieke omgang van de mens met architectuur.15

 

Zowel ‘Chalet’ als het Sao-Paulo-project werden ’ geweigerd voor een opname in respectievelijk de Oosthoek- en Winkler-Prins-encyclopedie omdat het geen kunst zou zijn. Zonder het waarschijnlijk zelf te beseffen, hebben de twee naslagwerken zo de teneur van Geys’ creaties begrepen en niet begrepen. Het wonen/de woning/het huis – een basisbehoefte van de mens, een mensenrecht zelfs – valt inderdaad niet te vatten in één lemma m.n. kunst. Wil men de complexiteit ervan laten zien, moet men het fenomeen individueel en maatschappelijk, cultureel banaal en hooggestemd benaderen, maar ook artistiek en dat niet alleen vanwege adembenemende glaspartijen of ingenieuze trapconstructies. En dat is wat Jef Geys apart in één kunstwerk of tegelijkertijd in één project telkens weer probeert te doen.

 

“ONS” HUIS.  De notie huis staat eveneens centraal in de reeks van zes linnen schilderdoeken die de kunstenaar in 2010 voor het nieuwe Woonzorgcentrum Ter Vest in Balen bedacht. Maar er valt in de voorstelling op geen enkele wijze een huis te bespeuren – niet als tekening, schilderij, foto, sculptuur of maquette. Elk stuk maakt op het eerste gezicht een eerder modale, didactische indruk: een stratenplan en een tabel met cijfers en namen. Bekijken we er een echter van wat dichterbij begint er door deze presentatie leven te vloeien. Op een geprint stratenplan van Balen en delen van de omliggende gemeenten staan met de hand vetjes nummers geschreven. Zij duiden de woonplaatsen van de bewoners van Ter Vest aan voor ze naar het rusthuis gingen. Onderaan het plan herneemt een legende deze nummers bij de bijpassende namen en adressen van de bewoners, het nummer van hun kamers in het oude woonzorgcentrum en deze van hun kamers in het huis van  het nieuwe centrum. De opbouw wordt  identiek herhaald op elk bord in de zes huizen van het nieuwe WZC . Ze hangen in de gemeenschapsruimten van de woningen telkens  op een andere plek (bv. restaurant of recreatiezaal).

2

 

De projectmotivatie van Jef Geys uit 2010 op de frontpagina van het Kempens Informatieblad, ‘Speciale editie- Ter Vest- Balen’, dat bij de ingebruikname van het centrum in 2014 verscheen, maakt de intens existentiële betekenis die de kunstenaar aan de plannen en tabellen wil geven (voor zijn doen) erg duidelijk. Zoals  vaak in het oeuvre van Jef Geys  ‘treffen een grondplan en een concrete ervaring elkaar’16. De plannen willen een ankerpunt bieden voor de (vaak dementerende) bewoners van het Woonzorgcentrum –  een vast punt voor hun stilaan vlottende tijd- en plaatsbesef.  Ze doen dat door hen te oriënteren, hen te situeren tegenover hun huis van vroeger. De plannen zijn een geheugensteun voor de individuele vrouw of man, maar bieden ook kansen tot communicatie. Ze kunnen aanleiding geven tot uitwisseling van herinneringen en discussie (opnieuw) over oriëntatie. Wie woonde daar? Wie woonde naast wie? Waar woonde die?… Doel is dat het nieuwe huis meer eigen wordt, ‘hun’ huis wordt, en samen met de andere bewoners ook ‘ons’ huis.17

Nog eens blijkt hoe belangrijk voor Jef Geys oriëntering, situering en  lokalisering binnen een leefruimte zijn en hoe innig verbonden met het huis.

3

 

Meer ‘in situ’ kan een kunstwerk niet zijn. Het is niet alleen onlosmakelijk gelieerd met een plek en de mensen die haar bewonen, ook de visuele vorm (een stratenplan) en de inhoud (de lokalisering en oriëntatie van de bewoners) maken het tot een immanent ‘plaats-gebonden’ artistieke ingreep.

 

Vandaag hangen de werken van Jef Geys ongeveer drie jaar in de leefruimten van de bewoners van Ter Vest. Er staat een plant, stoel, tafel of een gymtoestel voor. Er hangt een schilderijtje van tulpen of een vlinder naast. Ze zijn ‘deel van het meubilair’ geworden.18 Maar ondertussen blijven de kaarten en hun legendes spreken, niet opzichtig, maar als fluisterende getuigen:

 

4

Freddy THEUNIS

19/01/1940 – 02/09/2017

Weduwnaar van Annie LEMMENS
Echtgenoot van Marie-Jeanne MUYTJENS
leraar op rust
Geboren te Lummen op 19 januari 1940 en
in familiekring zacht ingeslapen in huisje 2 “duinroos”
van WZC “Ter Vest” te Balen op 2 september 2017.
 

Philomena Bouwens stierf op 30 maart 2017 in huis 2 ‘Duinroos van WZC ‘Ter Vest’ in Balen. Zij kreeg nummer 2 op de lijst van huis 2 en woonde respectievelijk in de Astridlaan 6 in 2490 Balen, op de oude kamer 202 en de nieuwe kamer 205;
Anna Geerts stierf op 7  september 2017 in huis 1 ‘Zonneroos’ van WZC ‘Ter Vest’ in Balen. Zij kreeg nummer 4 op de lijst van huis 1 en woonde respectievelijk in de Vesstraat 50 in 2490 Balen, op de oude kamer 220 en de nieuwe kamer 114;

Freddy Theunis stierf op 2 september 2017 in huis 2 ‘Duinroos’ van WZC ‘Ter Vest’ in Balen.  Hij kreeg nummer 11 op de lijst van huis 2 en woonde respectievelijk op Bukenberg 36 in 2491 Olmen, op de oude kamer 214 en de nieuwe kamer 206;

Et cetera.19

5

 

Van de zestien bewoners op de lijst van huis 1 zijn er op 4 oktober 2017 al zeven overleden en van de zestien van huis 2 al acht. Over enkele jaren zal niemand die op lijstjes staat nog in leven zijn. In het rusthuis zullen de panelen dan tastbare herinneringen blijven aan de eerste bewoners. Maar voor ieder die in de toekomst een paneel passeert en de moeite doet de achtergrond ervan te achterhalen zal het eveneens een indringend hedendaags memento mori zijn. Geen emblematisch ‘gedenk te sterven’-tafereel met een schedel, zandloper, klok, dovende kaars,… zoals op klassieke schilderijen, maar een niet minder appellerende doodreminder verbonden met concrete namen, adressen en woonplaatsen.

 

Dat voor Geys ook de dood een voedingsbodem vormt voor nieuw leven blijkt uit zijn serie ‘San Michele’ bestaande uit twaalf montages van telkens twee foto’s van een graf op de Venetiaanse begraafplaats en een gedroogde plant die op of bij deze zerk groeit. Achterliggende idee en structuur van de werken zijn gelijkaardig met deze van zijn Biënnale-project ‘Quadra Medicinale’ uit 2009, maar hier ging het om planten/kruiden verbonden met straatgezichten uit grootsteden. Opmerkelijk is trouwens dat het Kempens Informatieblad bij de tentoonstelling in ‘La Loge’ in Brussel (2017) de editie van de Biënnale van Venetië geheel herneemt en omvat met vier nieuwe pagina’s waarop de twaalf San-Michele-stukken staan gereproduceerd.20

Ook onze laatste (rust-)plaats is een biotoop/terroir voor Jef Geys (1934-….).

 

Bart Janssen

Oktober 2017

 

 

 

  1. Zie ook: https://vimeo.com/channels/gemeentebalen/122197994
  2. Decreet van 23 december 1986 houdende integratie van kunstwerken in gebouwen van openbare diensten en daarmee gelijkgestelde diensten… verschenen in het Belgisch Staatsblad op 13 februari 1987, p. 2074.
  3. Zie ook: Piet Coessens, Katrien Laenen en Ulrike Lindmayr, Kunst in opdracht: beleid en praktijk bij Vlaamse Overheid, in: Kunst in Opdracht 1999-2005, Samenstelling Katrien Laenen, Vlaamse Bouwmeester, 2006, p. 17-83 en 311 (omzendbrief van 7 februari 1996) en ook: Kunst in opdracht 2006-2013, Kunstcel Vlaamse Bouwmeester, Brussel, 2015, p. 91.
  4. Ibidem, p. 88-97en 126-133 en Het Provinciehuis. Sara Weyns, Zomer in Vlaams-Brabant. Jef Geys, in: Architectuur en Kunstintegratie, Provincie Vlaams-Brabant, 2003, p. 36-41.
  5. Kempens Informatieblad bij de tentoonstelling Biotoop, in Galerie Cum Laude, Achterpad-Mol, 2003 z.p.
  6. Jef Geys, Handleiding, in: Kempens Informatieblad. Speciale Editie Biënnale Venetië, 2009, p.4.
  7. Ibidem
  8. Bart De Baere, Omdat we moeten praten- werelden laten gebeuren, in: Kempens Informatieblad, Martin Douven – Leopoldsburg – Jef Geys, M HKA, Antwerpen, 2011, z.p.
  9. Jef Geys, ‘Verhaal’, in: Jef Geys. Architectuur als begrenzing, Biënnale van São Paulo, 1991, z.p.
  10. Jef Geys, ‘Verhaal’, in: ibidem
  11. 87 in de lijst met al zijn kunstwerken die Jef Geys geregeld in allerhande talen en ordeningswijzen in het Kempens Informatieblad opneemt.
  12. Jef Geys, in: Kempens Informatieblad, Speciale Editie Warande – Turnhout, 2013, z.p.
  13. Archief Jef Geys 2, Frans Masereelcentrum – Jef Geys, 2015, z.p.
  14. Toets voor Slaapdoosbewoners, in: Kempens Informatieblad, speciale Editie Alexanderpolder N°2, 9 november 1993, z.p. en Kempens Informatieblad, Biënnale Venetië, ibidem, p.41
  15. Zie Catalogus en Kempens Informatieblad, Biënnale van São Paulo.
  16. Bart De Baere, in: ibidem, z.p.
  17. Zie Jef Geys in: Kempens Informatieblad, Speciale Editie – Ter Vest – Balen, 20014, z.p.
  18. Nathalie Van Ginneken, coördinator Algemene Diensten, Woonzorgcentrum Ter Vest, Balen, in een gesprek op ‘ oktober 2017 in het WZC.
  19. Site: http://www.inmemoriam.be/nl/#.WfmRDNThDSA
  20. Kempens Informatieblad, Speciale editie, La Loge, Brussel, Herfst 2017, z.p.
Advertisements
%d bloggers like this: