WEBLOG JEF GEYS

DOKTERSWONINGEN 1976

Posted in de Warande by gvd on January 9, 2014

img01 img01a img02 img03 img04 img05 img05a img06

white-space2

DE WITTE RAAF – LICHT EN ARCHITECTUUR

Posted in de Warande by gvd on November 22, 2013
Tagged with:

KEMPENS INFORMATIEBLAD – EDITIE WARANDE – PAGE 13-20

Posted in de Warande, Kempens Informatieblad by gvd on November 6, 2013

Jef%20Geys%20-%20Warande_13 Jef%20Geys%20-%20Warande_14 Jef%20Geys%20-%20Warande_15 Jef%20Geys%20-%20Warande_16 Jef%20Geys%20-%20Warande_17 Jef%20Geys%20-%20Warande_18 Jef%20Geys%20-%20Warande_19 Jef%20Geys%20-%20Warande_20 Jef%20Geys%20-%20Warande_21 Jef%20Geys%20-%20Warande_22 Jef%20Geys%20-%20Warande_23

JEF GEYS IN DE WARANDE: PICTURES

Posted in de Warande by gvd on October 22, 2013

MDC_Warande_JefGeys_LA_01_LoRes MDC_Warande_JefGeys_LA_02_LoRes MDC_Warande_JefGeys_LA_03_LoRes MDC_Warande_JefGeys_LA_04_LoRes MDC_Warande_JefGeys_LA_05_LoRes MDC_Warande_JefGeys_LA_06_LoRes MDC_Warande_JefGeys_LA_07_LoRes MDC_Warande_JefGeys_LA_08_LoRes MDC_Warande_JefGeys_LA_09_LoRes MDC_Warande_JefGeys_LA_10_LoRes MDC_Warande_JefGeys_LA_11_LoRes MDC_Warande_JefGeys_LA_12_LoRes MDC_Warande_JefGeys_LA_13_LoRes MDC_Warande_JefGeys_LA_14_LoRes MDC_Warande_JefGeys_LA_15_LoRes MDC_Warande_JefGeys_LA_16_LoRes MDC_Warande_JefGeys_LA_17_LoRes MDC_Warande_JefGeys_LA_18_LoRes MDC_Warande_JefGeys_LA_19_LoRes MDC_Warande_JefGeys_LA_20_LoRes MDC_Warande_JefGeys_LA_21_LoRes MDC_Warande_JefGeys_LA_22_LoRes MDC_Warande_JefGeys_LA_23_LoRes MDC_Warande_JefGeys_LA_24_LoRes MDC_Warande_JefGeys_LA_25_LoRes MDC_Warande_JefGeys_LA_26_LoRes MDC_Warande_JefGeys_LA_27_LoRes MDC_Warande_JefGeys_LA_28_LoRes MDC_Warande_JefGeys_LA_29_LoRes MDC_Warande_JefGeys_LA_30_LoRes MDC_Warande_JefGeys_LA_31_LoRes

photography: Michiel De Cleene

GAZET VAN TURNHOUT: JEF GEYS IN DE WARANDE

Posted in de Warande by gvd on October 12, 2013

Jef Geys 2

In de jaren zeventig kwam Jef Geys (°Leopoldsburg, 1934, woont en werkt in Balen) geregeld in de Warande in Turnhout. In het eerste cultuurcentrum van Vlaanderen hield de kunstenaar in die periode een soort ‘aanplakkrant’ bij op de ronde betonnen muurtjes die zich toen nog in de inkomhal bevonden. Hij plakte berichten aan die vertelden over de lokale politiek, over kunst, en nog andere zaken die hem bezig hielden, vergelijkbaar met zijn blog. Annelies Nagels, tentoonstellingsprogrammator van de Warande, vertelt:

Toen wij in 2009 met de vraag kwamen of hij onze (op dat moment nog te bouwen) nieuwe tentoonstellingsruimte als eerste wilde in gebruik nemen, stelde Jef Geys voor om eerst een nieuwe aanplakkrant te maken, ditmaal enkel bestaande uit tekeningen van cartoonist ZAK die in De Morgen verschenen. De cartoons zijn volgens Jef Geys een snelle en duidelijke weergave van de ontwikkelingen in onze maatschappij. Deze muurkrant hing aan de muur van de plaatselijke Turnhoutse Academie in het najaar van 2012.

Tegelijk informeerde hij naar de bouwplannen voor de nieuwe ruimte. Toen bleek dat het grootste deel van de ruimte ondergronds zou worden, nam hij dit als uitgangspunt voor zijn nieuwe tentoonstelling. Hij stelde een onderzoek in naar hoe architectuur – en dan meer bepaald de aanwezigheid van natuurlijk licht – kunstwerken beïnvloedt. Dezelfde tien schilderijen (van de firma Douven) werden op tien locaties in Europa en één in de VS opgehangen en gefotografeerd. Dit vormt nu het uitgangspunt van de tentoonstelling ‘Licht en Architectuur’. De tentoonstelling wordt een combinatie van bestaand en nieuw werk.

Toen ik de kunstenaar twee jaar geleden vroeg om mij beeld en tekst te bezorgen voor onze brochure, gaf hij mij drie foto’s die hij voorzien had van een kort bijschrift. Lange tijd zag ik geen direct verband tussen de foto’s en het werk dat hij zou tonen. Ik probeerde te bedenken ‘wat de kunstenaar wilde zeggen’. En hoewel ik het werk van Jef Geys theoretisch kende en wist hoe hij te werk gaat, duurde het toch een tijd voor ik echt begreep dat ik zelf iets aan het werk van Geys moet opleggen om het voor mij te doen werken.

Vijftig jaar geleden ondertussen bepaalt Jef Geys voor zichzelf een kader waarbinnen hij als kunstenaar wilde werken. “Ik moest ergens beginnen en stelde mezelf zeven thema’s voor om nader te onderzoeken”. Zo wilde hij “een brug slaan tussen de vanzelfsprekende dagelijkse banaliteit en het nadenken over normen.” Volgens dit principe start hij zijn immer durende onderzoek. De kunstenaar heeft hiermee niet de bedoeling om conclusies te trekken, maar wil juist mogelijkheden creëren. Hij eigent zich intelligentie toe die gaandeweg gemonopoliseerd, genormaliseerd en daarmee ook gebanaliseerd werd door ‘instituten’ en stromingen op verschillende niveaus. Doordat hij al vijftig jaar met dit onderzoek bezig is – nog steeds voegt hij nieuwe gegevens toe –  heeft Geys nu zo veel informatie verzameld om uit te putten, dat hij telkens onmiddellijk toepasbare ‘deelgebieden’ van zijn onderzoek in een bepaalde context kan aanreiken. Door steeds volgens hetzelfde principe te werken, kan de kunstenaar zeer uiteenlopende zaken met elkaar verbinden. Hij kan ook telkens andere en nieuwe verbanden leggen. De inhoud van zijn onderzoek wordt vaak geïnspireerd door zaken uit zijn directe omgeving. Hij ontdoet daarbij de dagdagelijkse wereld tot op een bepaalde hoogte van haar specificiteit: hij brengt concrete zaken naar een abstract niveau om er vervolgens nieuwe specificiteit mee te genereren. Door die “generische” werkmethode worden zijn concrete lokale onderzoeken ook internationaal overzetbaar. Ook zijn ze in tijd overzetbaar. Het valt immers op dat na vijftig jaar zijn werk niet aan actualiteit moet inboeten. Net omdat hij geen oordeel velt kunnen telkens nieuwe verbanden gelegd worden en kan telkens een nieuwe generatie inspiratie vinden in zijn werk.

Dokterswoningen

In de tentoonstelling zal bijvoorbeeld een werkje te zien zijn dat Jef Geys in 1976 al toonde in de Warande. Het betreft een studie van dokterswoningen in Turnhout. In ons maandblad van april 1976 stond een aankondiging. Daarin werden enkele vragen gesteld: “Wie is Jef Geys? Jef Geys, een kunstenaar? Kan hij schoon schilderen? Kan hij geweldig schoon tekenen en schilderen? Moet een kunstenaar wel schoon kunnen tekenen en schilderen? Wat is kunst? Wie is kunstenaar? Wat en waarom en wanneer is iemand een belangrijk kunstenaar? Is Jef Geys een belangrijk kunstenaar? Is hij één der belangrijkste kunstenaars van België? Wat is cultuur? Wat is hedendaagse cultuur? Wat is wooncultuur? Welk verband is er tussen cultuur en Jef Geys? Welk verband is er tussen wooncultuur en Jef Geys? Wat is een dokter (in geneeskunde)? Wat doen dokters? Hoe leven dokters? Is er verband tussen een dokter en Jef Geys?”

Hij maakte een zwart-witfoto van elke woning in Turnhout waar officieel een dokter (huisdokters en specialisten door elkaar) woonde en kleefde die op een fiche met daarbij ook de vermelding bovenaan van de naam van de dokter en de straat en het huisnummer. Om verwarring te vermijden duidde hij met zwarte stift duidelijk het desbetreffende huis aan. Door de afstand in tijd die er ondertussen gegroeid is, is dit werk een tijdsdocument geworden. Je krijgt het gevoel dat je ook krijgt bij oude reeksen politiefoto’s die gemaakt werden bij een moord: destijds was het simpelweg registratie, maar nu krijgen de foto’s een andere lading. Vele dokters zijn in tussentijd overleden, enkele huizen zijn ondertussen afgebroken, maar voor de mensen van Turnhout zullen de meeste namen nog steeds erg bekend in de oren klinken. Je krijgt een overzicht van het soort woningen waarin de dokters huisden: villa’s, statige herenhuizen en moderne nieuwbouw. De meeste dokters woonden destijds ook nog gewoon in het centrum van Turnhout, opvallend vaak dicht bij hun werkplek, het Sint-Elisabeth ziekenhuis, dat in 1957 verhuisde van de Warandestraat naar de Rubensstraat. De verzameling foto’s toont ons nu de maatschappelijke positie van dokters destijds, de architectuur in de jaren zeventig, de stadsvlucht van de begoede klasse, de inwijking destijds van dokters van buiten de Kempen (herkenbaar aan hun atypische familienamen), enzovoort.

Archetypische landschappen

Een ander werk dat in deze tentoonstelling een centrale positie inneemt, en waarnaar ook de titel van de tentoonstelling verwijst is een reeks foto’s van telkens de zelfde 10 schilderijen. Deze schilderijen liet Jef Geys maken bij de firma Douven die centraal stond in zijn tentoonstelling in het Muhka in 2011. De firma Douven was aanvankelijk gespecialiseerd in het maken van kaders, maar begon al vlug ook schilderijen te maken ‘en masse’. Daarvoor deden zij beroep op amateur-kunstenaars. In 1972 interviewde Herman De Coninck Jef Geys. Bij het artikel werd een foto geplaatst van Herman Selleslaghs waarop Geys te zien was met de 10 schilderijen die nu in Turnhout te zien zullen zijn. Ze hingen in dezelfde volgorde waarin ze ook nu te zien zullen zijn. Het gaat om archetypische landschappen met onder meer een windmolen, een bootje op zee, een boerderijtje, en zo meer. Het zijn typische schilderijen zoals er vroeger in de huiskamers van mensen veel hingen. Met deze schilderijen trok ik in opdracht van de kunstenaar de afgelopen jaren langs tien verschillende locaties, veelal musea in Europa en ook één museum in de VS. Wat deze locaties gemeen hebben is dat er natuurlijke lichtinval is. De schilderijen werden er telkens opgehangen en gefotografeerd met enkel natuurlijk licht. Je ziet dat de verschillende locaties een eigen karakteristieke lichtkleur hebben. In het Van Abbemuseum is er een zacht licht, in het MACBA een helder licht. De foto’s werden in verschillende seizoenen gemaakt. En mocht je dus nu terug gaan, dan zou je wellicht een ander licht krijgen. Zelfs terwijl de schilderijen opgehangen werden, veranderde het licht. Kunstlicht blijft de hele duur van de tentoonstelling gelijk. Waarom deze lichtstudie? Jef Geys bevraagt hiermee de kwaliteiten van onze nieuwe tentoonstellingsruimte die ondergronds gebouwd werd en in januari 2013 haar deuren opende. Het oorspronkelijke gebouw van de Warande werd geopend in oktober 1972. De ruimtes die toen al af waren, waren de inkomhal, de leslokalen in de kelder,  de bibliotheek en ook de tentoonstellingsruimte. Die had destijds een vrij overheersende architectuur met donkere bakstenen muren, maar er was wel natuurlijk bovenlicht vanuit glazen koepels,  weliswaar in transparant glas. Bij de renovering/uitbreiding van het gebouw werd uiteindelijk gekozen om een nieuwe ondergrondse tentoonstellingsruimte in de kelderverdieping onder te brengen. In een gebouw waar veel activiteiten zijn die geen daglicht nodig hebben (theater, muziekconcerten, …) plaatste men de beeldende kunst – die doorheen de geschiedenis in gebouwen met daglicht werd ondergebracht – nu in een ondergrondse ruimte met beperkt daglicht. Maar ook de beeldende kunst zelf is ondertussen veranderd. Zij vraagt nu vaak zelf geen daglicht meer.

In het oeuvre van Jef Geys zijn er geen eindobjecten. De betekenis van zijn ‘werken’ evolueert door zijn manier van werken voortdurend. De openheid die Jef Geys toelaat geeft telkens nieuwe zuurstof. Het is de context die de betekenis bepaalt en het is Jef Geys die de context bepaalt. Door oude werken telkens te combineren met nieuwe werken herdefinieert hij ze elke keer opnieuw. Dat doet hij hier dus ook met de tien schilderijen.

Jef Geys 1het Beukenhof

Wat nu met de drie foto’s die hij mij stuurde voor de brochure? De eerste is een foto van ‘het Beukenhof’. In de kelders van het Beukenhof baatte Jef Geys in 1958 samen met zijn vrouw zijn eerste tentoonstellingsruimte uit. De gelijkenis met onze kelderruimte ligt uiteindelijk voor de hand. Maar tegelijk wordt ook het verschil scherp gesteld.

Jef Geys 2

De tweede foto toont zijn auto waarin hij in 1967 op de achterbank zijn groenten – meer bepaald kolen – plaatste om aan hen een week lang het achterland te tonen. Het zelf kweken van gewassen is iets wat nog regelmatig terugkomt in het werk van Jef Geys. Op de biënnale van Venetië toonde Jef zijn project ‘Quadra Medicinale’, waarvoor hij het basisonderzoek liet uitvoeren door vier kennissen die in een grootstad woonden of werkten – Villeurbanne, New York, Moskou en Brussel. Hij liet ze een kwadrant van een vierkante kilometer af bakenen. Daarbinnen moesten ze op zoek gaan naar twaalf planten die op straat groeien. Op de website van Wiels staan nog enkele losse foto’s die bij zijn werk ‘Quadra Medicinale’ horen.

Biënnale-van-Venetië-Jef-Geys

Eén ervan is een luchtfoto van een tuin van een vriend van Jef Geys. In vier bakken in de bekende kwadrantvorm heeft die vriend planten gekweekt. Tot mijn eigen verbazing denk ik de plek op de luchtfoto waar ‘Turnhout’ bij geschreven staat onmiddellijk te herkennen.

hof kriekemans

Ik zoek het zelf op via Google Earth en mijn idee wordt bevestigd. Ontelbare keren ben ik als kind gaan zwemmen in de koelvijver naast de serre die boven op de foto te zien is. De tuin blijkt onderhouden te worden door ‘een boer uit de omgeving’. Die boer blijkt mijn nonkel te zijn.

Jef Geys 3

De derde foto toont de chalet woning die Jef Geys in 1977 bouwde. Hij deed dit volledig eigenhandig. De chalet had een woonkamer, een keuken, een toilet en een slaapkamer. Hij zelf beschouwde de chalet als zijn belangrijkste verwezenlijking van dat jaar. Maar encyclopedie Oosthoek weigerde de chalet als kunstwerk op te nemen in antwoord op hun eigen vraag om een foto van een kunstwerk te bezorgen. Enkele jaren geleden heeft mijn vader eigenhandig een klein huis voor zichzelf gebouwd met een gelijkaardige indeling. Het staat in de tuin naast mijn ouderlijk huis. In dat laatste woon ik nu zelf met mijn gezin.

Ik begrijp dat ik inga tegen de zogenaamde norm om zelf niet op te treden in een geobjectiveerde weergave van de feiten, maar hiermee hoop ik enkel een aanzet te geven aan anderen om zelf ook de dialoog aan te gaan met het werk van Jef Geys.

tekst: Annelies Nagels

http://www.gazetvanturnhout.be/cultuur/expo/13696-turnhout-jef-geys-in-de-warande

JEF GEYS – KEMPENS INFORMATIEBLAD -EDITIE WARANDE

Posted in de Warande, Kempens Informatieblad by gvd on September 13, 2013

Jef%20Geys%20-%20Warande_01  Jef%20Geys%20-%20Warande_03 Jef%20Geys%20-%20Warande_04 Jef%20Geys%20-%20Warande_05 Jef%20Geys%20-%20Warande_06 Jef%20Geys%20-%20Warande_07 Jef%20Geys%20-%20Warande_08 Jef%20Geys%20-%20Warande_09 Jef%20Geys%20-%20Warande_10 Jef%20Geys%20-%20Warande_11 Jef%20Geys%20-%20Warande_12

JEF GEYS AT THE WARANDE

Posted in de Warande by gvd on August 27, 2013

blad druk_01

Sometime in early 2010, Jef Geys agreed to my proposal that he should be the first artist to
use the new exhibition space at the Warande. In the end the delay in finishing the building
work led to the exhibition being postponed twice. But now we can finally stage the show.
When, two years ago, I asked the artist to provide me with pictures and text for our booklet,
he gave me three photos to which he had added a short caption. For a long time I could
not see any direct link between the photos and the work he was going to show. I tried to
figure out ‘what the artist wanted to say’. And although I knew his work theoretically and
also knew how he approached it, it nevertheless took some time before I truly understood
that I did not have to impose anything on Geys’ art to make it work for me.
It is now 50 years since Jef Geys determined for himself the framework within which he
wanted to operate as an artist. “I had to start somewhere so I suggested to myself seven
themes to examine more closely”. In this way he wanted “to build a bridge between selfevident
everyday banality and the reflection on standards.” It was on the basis of this
principle that he started his never-ending research. He does not in this way intend to draw
conclusions, rather to create possibilities. He appropriates intelligence that was gradually
monopolised, standardised and thereby also trivialised by ‘institutions’ and movements at
various levels. Since he has already been engaged in this study for 50 years – and is still
adding new information to it – Geys has now collected so much information on which to
draw that he can immediately supply applicable ‘subsections’ of his research in a particular
context. By always working according to the same principle, the artist is able to link very
different things together. He can also make new and different connections. The content
of his study is often inspired by things from his immediate surroundings. To a certain
extent he strips the everyday world of its specific characteristics: he takes concrete things
to an abstract level where he then uses them to generate a new particularity. This ‘generic’
working method enables his concrete local studies to be transferred internationally. They
can also be transferred in time. In fact it is striking that after 50 years his work has lost
none of its topicality. It is precisely because he makes no judgements that new connections
can repeatedly be made and new generations find inspiration in his work.
For example, the exhibition will include a small work that Geys has already shown at the
Warande, in 1976. It is a study of doctors’ houses in Turnhout. There was an announcement
in our monthly newssheet in April 1976. It included several questions: “Who is Jef Geys?
Jef Geys, an artist? Can he paint well? Can he draw and paint extremely well? Must
an artist be able to draw and paint well? What is art? Who is an artist? What and why
and when is someone an important artist? Is Jef Geys an important artist? Is he one
of Belgium’s most important artists? What is culture? What is contemporary culture?
What is domestic culture? What connection is there between culture and Jef Geys? What
connection is there between domestic culture and Jef Geys? What is a (medical) doctor?
What do doctors do? How do doctors live? Is there any connection between a doctor and
Jef Geys?” He took a black and white photo of every house in Turnhout where a doctor
(GP or specialist) officially lived and stuck each one on an index card which at the top
also gave the name of the doctor and the street and house number. To avoid confusion he
clearly marked the house concerned with a black felt-tip pen. Because of the time that has
passed in the meantime, this work has become a document of a specific period. You get the
same feeling as when you see old series of police photos taken at a murder scene: at the
time it was simply recording the facts, but now the photos have a different import. Many
of the doctors have since died and a few of the houses have been demolished, but for the
people of Turnhout most of the names will still sound very familiar. You get an overview of
the sort of homes the doctors lived in: villas, stately mansions and new, modern houses. At
the time most of the doctors still just lived in the centre of Turnhout, in a striking number
of cases near to their place of work, the St Elizabeth Hospital, which in 1957 moved from
Warandestraat to Rubensstraat. This collection of photos shows us the social position of
doctors at the time, the architecture of the seventies, the fact that the well-off abandoned
the town, the arrival of doctors from outside the Kempen region (recognisable by their
atypical family names), and so on.
Another work that occupies a significant position in this exhibition, and to which the title
of the exhibition refers, is a series of photos each showing the same 10 paintings. Jef Geys
had these paintings done by the Douven firm, which was the focal point of his exhibition
at the M HKA in 2011. Douven initially specialised in making frames, but soon also
started doing paintings by ‘mass production’. They employed amateur painters for this
purpose. In 1972 Herman de Coninck interviewed Jef Geys. The article was accompanied
by a photo by Herman Selleslaghs in which Geys could be seen with the 10 paintings
that will now be on show in Turnhout. They will hang in the same order as in the photo.
They are archetypical landscapes that include a windmill, a boat on the sea, a farm and
more of that sort of thing. They are typical of the sort of paintings that used to hang in so
many people’s living rooms. The artist commissioned me to go to ten different locations
with these paintings, mostly museums in Europe, but also one in the USA. What these
locations have in common is the availability of natural light. In each case the paintings
were hung and photographed in natural light. You can see that the light in each of the
various locations has its own characteristic quality. In the Van Abbe Museum the light is
soft, at the MACBA it is bright. The photos were taken in different seasons. If you were
to go back now you would probably see a different light. The light even changed while
the paintings were being hung. Artificial light remains the same throughout the duration
of the exhibition. So why was this light study made? In this way Jef Geys examines the
qualities of our new exhibition space, which was built underground and opened in January
2013. The original Warande building opened in October 1972. The parts that were already
complete at that time were the entrance hall, the classrooms in the cellar, the library and
also the exhibition area. At that time it had quite dominant architecture with dark brick
walls, but of course there was also natural light from above that entered through glass
skylights, though they were in translucent glass. When the building was extended and
renovated, in the end it was decided to house a new exhibition space underground. In a
building where lots of the activities do not need daylight (theatre, concerts etc.), the visual
art – which throughout history has been housed in buildings that let in daylight – was
now put into an underground space with only limited daylight. But visual art itself has in
the meantime changed too. In many cases it no longer requires daylight anyway.
1 Geys explains the seven themes himself in a story he wrote in the Kempens
Informatieblad, Sao Paolo edition, 1991.
There are no final objects in Jef Geys’ oeuvre. The meaning of his ‘works’ evolves constantly
as a result of his working method. The openness that he allows repeatedly gives them
new breathing space. It is the context that determines the meaning and it is Jef Geys who
determines the context. By combining old works with the new, he redefines them over and
over again. This is what he is doing here with these ten paintings.
What about the three photos he sent me for the booklet? The first is a photo of ‘the
Beukenhof’ (fig. 1). It was in 1958, in the cellars of this building, that Jef Geys and his wife
ran his first exhibition space. The similarity to our cellar area is quite obvious, but at the
same time the difference is also put into focus.
The second photo (fig. 2) shows the car in which, in 1967, he put his vegetables – more
specifically cabbages – on the backseat and spent a week showing them the hinterland.
Growing one’s own vegetables is something that regularly recurs in Jef Geys’ work.
At the Venice Biennale Jef showed his ‘Quadra Medicinale’ project; he had asked four
acquaintances who lived or worked in a large city – Villeurbanne, New York, Moscow and
Brussels – to carry out the basic research. He asked them to mark out a quadrant of a
square kilometre. Within this area they had to look for 12 plants that grow on the street.
The Wiels website still shows a few individual photos that were part of this work. One of
them is an aerial photo of the garden of one of Geys’ friends (fig. 3). This friend had grown
plants in four tubs in the familiar quadrant form. To my amazement I think I immediately
recognised the place on the aerial photo where ‘Turnhout’ is written. I looked it up for
myself using Google Earth (fig. 4) and my opinion was confirmed. As a child I went to
swim in the cooling pool next to the glasshouse at the top of the photo countless times.
The garden turned out to be maintained by ‘a neighbouring farmer’. This farmer turned
out to be my uncle.
The third photo (fig. 5) shows the chalet that Jef Geys built in 1977. He built it entirely
on his own. It had a living room, a kitchen, toilet and a bedroom. He himself considered
the chalet to be his most important creation of that year. But the Oosthoek encyclopaedia
refused to accept the chalet as a work of art when they themselves asked him to provide
them with a photo of one. Several years ago my father built a small house of a similar
design for himself, also with his own hands. It is in the garden next to my parents’ house,
where I now live with my family.
I realise that I am going against the so-called principle that one should not oneself appear
in an objectified rendition of the facts, but in this way I hope simply to provide for others
the first step by which they themselves can also enter into dialogue with the work of Jef
Geys.
Annelies Nagels, 8 August 2013

JEF GEYS IN DE WARANDE

Ergens begin 2010 stemde Jef Geys in met mijn voorstel om als eerste kunstenaar
de nieuwe tentoonstellingsruimte van de Warande in gebruik te nemen. Het
opschuiven van de opleveringsdatum van de verbouwingswerken leidde er
uiteindelijk toe dat de tentoonstelling tweemaal uitgesteld moest worden. Nu is
het dan eindelijk toch zover.
Toen ik de kunstenaar twee jaar geleden vroeg om mij beeld en tekst te bezorgen
voor onze brochure, gaf hij mij drie foto’s die hij voorzien had van een kort
bijschrift. Lange tijd zag ik geen direct verband tussen de foto’s en het werk dat
hij zou tonen. Ik probeerde te bedenken ‘wat de kunstenaar wilde zeggen’. En
hoewel ik het werk van Jef Geys theoretisch kende en wist hoe hij te werk gaat,
duurde het toch een tijd voor ik echt begreep dat ik zelf iets aan het werk van
Geys moet opleggen om het voor mij te doen werken.
Vijftig jaar geleden ondertussen bepaalt Jef Geys voor zichzelf een kader
waarbinnen hij als kunstenaar wilde werken. “Ik moest ergens beginnen en
stelde mezelf zeven thema’s voor om nader te onderzoeken”. Zo wilde hij “een
brug slaan tussen de vanzelfsprekende dagelijkse banaliteit en het nadenken
over normen.” 1 Volgens dit principe start hij zijn immer durende onderzoek.
De kunstenaar heeft hiermee niet de bedoeling om conslusies te trekken, maar
wil juist mogelijkheden creëren. Hij eigent zich intelligentie toe die gaandeweg
gemonopoliseerd, genormaliseerd en daarmee ook gebanaliseerd werd door
‘instituten’ en stromingen op verschillende niveaus. Doordat hij al vijftig jaar met
dit onderzoek bezig is – nog steeds voegt hij nieuwe gegevens toe – heeft Geys
nu zo veel informatie verzameld om uit te putten, dat hij telkens onmiddellijk
toepasbare ‘deelgebieden’ van zijn onderzoek in een bepaalde context kan
aanreiken. Door steeds volgens hetzelfde principe te werken, kan de kunstenaar
zeer uiteenlopende zaken met elkaar verbinden. Hij kan ook telkens andere en
nieuwe verbanden leggen. De inhoud van zijn onderzoek wordt vaak geïnspireerd
door zaken uit zijn directe omgeving. Hij ontdoet daarbij de dagdagelijkse wereld
tot op een bepaalde hoogte van haar specificiteit: hij brengt concrete zaken naar
een abstract niveau om er vervolgens nieuwe specificiteit mee te genereren.
Door die “generische” werkmethode worden zijn concrete lokale onderzoeken
ook internationaal overzetbaar. Ook zijn ze in tijd overzetbaar. Het valt immers
op dat na vijftig jaar zijn werk niet aan actualiteit moet inboeten. Net omdat
hij geen oordeel velt kunnen telkens nieuwe verbanden gelegd worden en kan
telkens een nieuwe generatie inspiratie vinden in zijn werk.
In de tentoonstelling zal bijvoorbeeld een werkje te zien zijn dat Jef Geys in 1976 al
toonde in de Warande. Het betreft een studie van dokterswoningen in Turnhout.
In ons maandblad van april 1976 stond een aankondiging. Daarin werden enkele
vragen gesteld: Wie is Jef Geys? Jef Geys, een kunstenaar? Kan hij schoon schilderen?
Kan hij geweldig schoon tekenen en schilderen? Moet een kunstenaar wel schoon
kunnen tekenen en schilderen? Wat is kunst? Wie is kunstenaar? Wat en waarom en
wanneer is iemand een belangrijk kunstenaar? Is Jef Geys een belangrijk kunstenaar? Is
hij één der belangrijkste kunstenaars van België? Wat is cultuur? Wat is hedendaagse
cultuur? Wat is wooncultuur? Welk verband is er tussen cultuur en Jef Geys? Welk
verband is er tussen wooncultuur en Jef Geys? Wat is een dokter (in geneeskunde)?
Wat doen dokters? Hoe leven dokters? Is er verband tussen een dokter en Jef Geys? Hij
maakte een zwart/wit foto van elke woning in Turnhout waar officieel een dokter
(huisdokters en specialisten door elkaar) woonde en kleefde die op een fiche met
daarbij ook de vermelding bovenaan van de naam van de dokter en de straat en
het huisnummer. Om verwarring te vermijden duidde hij met zwarte stift duidelijk het
desbetreffende huis aan. Door de afstand in tijd die er ondertussen gegroeid is, is dit
werk een tijdsdocument geworden. Je krijgt het gevoel dat je ook krijgt bij oude reeksen
politiefoto’s die gemaakt werden bij een moord: destijds was het simpelweg registratie,
maar nu krijgen de foto’s een andere lading. Vele dokters zijn in tussentijd overleden,
enkele huizen zijn ondertussen afgebroken, maar voor de mensen van Turnhout zullen
de meeste namen nog steeds erg bekend in de oren klinken. Je krijgt een overzicht van
het soort woningen waarin de dokters huisden: villa’s, statige herenhuizen en moderne
nieuwbouw. De meeste dokters woonden destijds ook nog gewoon in het centrum van
Turnhout, opvallend vaak dicht bij hun werkplek, het Sint-Elisabeth ziekenhuis, dat in
1957 verhuisde van de Warandestraat naar de Rubensstraat. De verzameling foto’s toont
ons nu de maatschappelijke positie van dokters destijds, de architectuur in de jaren
zeventig, de stadsvlucht van de begoede klasse, de inwijking destijds van dokters van
buiten de Kempen (herkenbaar aan hun atypische familienamen), enzovoort.
Een ander werk dat in deze tentoonstelling een centrale positie inneemt, en waarnaar
ook de titel van de tentoonstelling verwijst is een reeks foto’s van telkens de zelfde 10
schilderijen. Deze schilderijen liet Jef Geys maken bij de firma Douven die centraal
stond in zijn tentoonstelling in het Muhka in 2011. De firma Douven was aanvankelijk
gespecialiseerd in het maken van kaders, maar begon al vlug ook schilderijen te maken
‘en masse’. Daarvoor deden zij beroep op amateur-kunstenaars. In 1972 interviewde
Herman De Coninck Jef Geys. Bij het artikel werd een foto geplaatst van Herman
Selleslaghs waarop Geys te zien was met de 10 schilderijen die nu in Turnhout te zien
zullen zijn. Ze hingen in dezelfde volgorde waarin ze ook nu te zien zullen zijn. Het
gaat om archetypische landschappen met onder meer een windmolen, een bootje op
zee, een boerderijtje, en zo meer. Het zijn typische schilderijen zoals er vroeger in de
huiskamers van mensen veel hingen. Met deze schilderijen trok ik in opdracht van de
kunstenaar de afgelopen jaren langs tien verschillende locaties, veelal musea in Europa
en ook één museum in de VS. Wat deze locaties gemeen hebben is dat er natuurlijke
lichtinval is. De schilderijen werden er telkens opgehangen en gefotografeerd met enkel
natuurlijk licht. Je ziet dat de verschillende locaties een eigen karakteristieke lichtkleur
hebben. In het Van Abbemuseum is er een zacht licht, in het MACBA een helder licht.
De foto’s werden in verschillende seizoenen gemaakt. En mocht je dus nu terug gaan,
dan zou je wellicht een ander licht krijgen. Zelfs terwijl de schilderijen opgehangen
werden, veranderde het licht. Kunstlicht blijft de hele duur van de tentoonstelling gelijk.
Waarom deze lichtstudie? Jef Geys bevraagt hiermee de kwaliteiten van onze nieuwe
tentoonstellingsruimte die ondergronds gebouwd werd en in januari 2013 haar deuren
opende. Het oorspronkelijke gebouw van de Warande werd geopend in oktober 1972.
De ruimtes die toen al af waren, waren de inkomhal, de leslokalen in de kelder, de
bibliotheek en ook de tentoonstellingsruimte. Die had destijds een vrij overheersende
architectuur met donkere bakstenen muren, maar er was wel natuurlijk bovenlicht vanuit
1 De zeven thema’s legt Jef Geys uit in een verhaal dat hij schrijft in het Kempens
Informatieblad, editie Sao Paolo, 1991.
glazen koepels, weliswaar in transparant glas. Bij de renovering/uitbreiding van het
gebouw werd uiteindelijk gekozen om een nieuwe ondergrondse tentoonstellingsruimte
in de kelderverdieping onder te brengen. In een gebouw waar veel activiteiten zijn die
geen daglicht nodig hebben (theater, muziekconcerten, …) plaatste men de beeldende
kunst – die doorheen de geschiedenis in gebouwen met daglicht werd ondergebracht – nu
in een ondergrondse ruimte met beperkt daglicht. Maar ook de beeldende kunst zelf is
ondertussen veranderd. Zij vraagt nu vaak zelf geen daglicht meer.
In het oeuvre van Jef Geys zijn er geen eindobjecten. De betekenis van zijn ‘werken’
evolueert door zijn manier van werken voortdurend. De openheid die Jef Geys toelaat
geeft telkens nieuwe zuurstof. Het is de context die de betekenis bepaalt en het is Jef Geys
die de context bepaalt. Door oude werken telkens te combineren met nieuwe werken
herdefinieert hij ze elke keer opnieuw. Dag doet hij hier dus ook met de tien schilderijen.
Wat nu met de drie foto’s die hij mij stuurde voor de brochure? De eerste (fig. 1) is een foto
van ‘het Beukenhof’. In de kelders van het Beukenhof baatte Jef Geys in 1958 samen met
zijn vrouw zijn eerste tentoonstellingsruimte uit. De gelijkenis met onze kelderruimte ligt
uiteindelijk voor de hand. Maar tegelijk wordt ook het verschil scherp gesteld;
De tweede foto (fig. 2) toont zijn auto waarin hij in 1967 op de achterbank zijn groenten
– meer bepaald kolen – plaatste om aan hen een week lang het achterland te tonen. Het
zelf kweken van gewassen is iets wat nog regelmatig terugkomt in het werk van Jef Geys.
Op de biënnale van Venetië toonde Jef zijn project ‘Quadra Medicinale’, waarvoor hij
het basisonderzoek liet uitvoeren door vier kennissen die in een grootstad woonden of
werkten – Villeurbanne, New York, Moskou en Brussel. Hij liet ze een kwadrant van een
vierkante kilometer af bakenen. Daarbinnen moesten ze op zoek gaan naar twaalf planten
die op straat groeien. Op de website van Wiels staan nog enkele losse foto’s die bij zijn
werk ‘Quadra Medicinale’ horen. Eén ervan is een luchtfoto (fig. 3)van een tuin van een
vriend van Jef Geys. In vier bakken in de bekende kwadrantvorm heeft die vriend planten
gekweekt. Tot mijn eigen verbazing denk ik de plek op de luchtfoto waar ‘Turnhout’ bij
geschreven staat onmiddellijk te herkennen. Ik zoek het zelf op via Google Earth (fig.
4) en mijn idee wordt bevestigd. Ontelbare keren ben ik als kind gaan zwemmen in de
koelvijver naast de serre die boven op de foto te zien is. De tuin blijkt onderhouden te
worden door ‘een boer uit de omgeving’. Die boer blijkt mijn nonkel te zijn.
De derde foto (fig. 5) toont de chalet woning die Jef Geys in 1977 bouwde. Hij deed
dit volledig eigenhandig. De chalet had een woonkamer, een keuken, een toilet en een
slaapkamer. Hij zelf beschouwde de chalet als zijn belangrijkste verwezenlijking van
dat jaar. Maar encyclopedie Oosthoek weigerde de chalet als kunstwerk op te nemen
in antwoord op hun eigen vraag om een foto van een kunstwerk te bezorgen. Enkele
jaren geleden heeft mijn vader eigenhandig een klein huis voor zichzelf gebouwd met een
gelijkaardige indeling. Het staat in de tuin naast mijn ouderlijk huis. In dat laatste woon
ik nu zelf met mijn gezin.
Ik begrijp dat ik inga tegen de zogenaamde norm om zelf niet op te treden in een
geobjectiveerde weergave van de feiten, maar hiermee hoop ik enkel een aanzet te geven
aan anderen om zelf ook de dialoog aan te gaan met het werk van Jef Geys.
Annelies Nagels, 8 augustus 2013