WEBLOG JEF GEYS

HANS ULRICH OBRIST, JEF GEYS & JORIS NOTE

Posted in Kempens Informatieblad, Koffieonderleggersdagboek by gvd on September 9, 2014

jef geys, hans ulrich obrist en joris note_01 jef geys, hans ulrich obrist en joris note_02 jef geys, hans ulrich obrist en joris note_03 jef geys, hans ulrich obrist en joris note_04 jef geys, hans ulrich obrist en joris note_05 jef geys, hans ulrich obrist en joris note_06 jef geys, hans ulrich obrist en joris note_07 jef geys, hans ulrich obrist en joris note_08 jef geys, hans ulrich obrist en joris note_09

Advertisements

COBRA.BE – IS HET EEN SOKKEL? IS HET EEN ZUIL? HET IS EEN JEF GEYS!

Posted in Koffieonderleggersdagboek, Sokkel #7 by gvd on May 9, 2014
 
Jef Geys gaat met ‘De Sokkel#7’ de dialoog aan met de inwoners van Antwerpen. Onder het motto “alle macht aan de plakkers en taggers”.
http://www.cobra.be/cm/cobra/kunst/140507-sa-sokkel-geys


Op 1 mei werd voor de zevende maal ‘De Sokkel’ gepresenteerd in het Stadspark in Antwerpen. Na Folkert de Jong, Ria Pacquée en vier andere kunstenaars werd deze keer Jef Geys gevraagd om een lege, vergeten sokkel in het park een nieuwe functie te geven. De keuze voor de teruggetrokken kunstenaar uit Balen is een moedige keuze. Sinds vele jaren opereert de Kempische kluizenaar als een geoefende stoorzender die elke conventie aan zijn laars lapt. En dat is hier in het groen van het stadspark naast de speeltuin en de skateramp niet anders.
In plaats van een nieuwe sculptuur of enig ander kunstwerk aan de sokkel toe te voegen heeft Jef Geys er een houten huls over laten aanbrengen. Op die manier is de sokkel getransformeerd in een luxueuze aanplakzuil waarop iedereen naar believen zijn ding kan doen. Een affiche of een zoekertje aanplakken, met een spuitbus een schunnige slogan aanbrengen, het kan allemaal.
Men zou dus kunnen zeggen dat de kunstenaar zich volledig wegcijfert en de artistieke ruimte vrijgeeft aan het publiek. Of om het in enigszins gedateerde jaren zestig termen samen te vatten: Alle macht aan de bezoekers.

Tijdens de officiële “inhuldiging” bekeek Middelheimdirecteur Sara Weyns het als volgt: “Jef doet heel vaak een beroep op anderen, hij gaat samenwerkingen aan. Hij brengt mensen  samen die elkaar anders nooit zouden tegenkomen of spreken, maar die een heel eigen en specifiek stuk van de informatiepuzzel kunnen toevoegen. Dat doet hij hier ook. Jef Geys gaat de samenwerking aan met 508.000 Antwerpenaren, en nog eens zoveel bezoekers van de stad. Zij worden allemaal uitgenodigd om op deze lege sokkel nieuwe inzichten voor te stellen.

Er zullen op regelmatige tijdstippen foto’s van de aanplakzuil gemaakt worden zodat er na zes maanden een visueel dagboek van de installatie ontstaat. Op het einde van de rit wordt de zuil naar het Middelheimmuseum overgebracht, waar hij in zijn finale gedaante gefixeerd zal worden als aandenken van de actie.

foto (2)

 

‘De Sokkel’ is een initiatief van de plaatselijke Wijkvereniging Klein Antwerpen. Samen met het Middelheimmuseum geeft zij sinds 2011 een culturele invulling aan het park. Twee keer per jaar vragen ze daarom aan een (inter)nationale kunstenaar om de leegstaande sokkel een actuele invulling te geven.

 

MAMA

Het Middelheimmuseum heeft de gelegenheid te baat genomen om een vergeten werk van Jef Geys – dat al geruime tijd in de reserves opgeborgen is – terug zichtbaar te maken. In de komende weken wordt het werk ‘MAMA’ uit 2002 terug op zijn oorspronkelijke locatie tentoon gesteld. Het werk bestaat uit 7 ringen van verschillende metaalsoorten, aangebracht rond de stammen van 7 oude beuken. De metalen ringen refereren aan de ringen van de bomen, en bij uitbreiding aan het universele thema van voorbijgaande tijd en veroudering. Jef Geys wil echter geen eenduidige betekenis aan het werk geven. Het is aan de toeschouwer om er de uiteindelijke betekenis van in te vullen.

 

Het Koffieonderleggersdagboek

Zoals hij voor de Sokkel bezoekers en bewoners van de stad uitnodigt om met hem in dialoog te treden, zo nodigt Jef Geys auteurs Joris Note en Hans Ulrich Obrist uit om in een editie van het Kempens Informatieboek van gedachten te wisselen naar aanleiding van zijn eigen notities en tekeningen. Joris Note is gekend van de verhalenbundels ‘Het uur van de ongehoorzaamheid‘ (1995) en ‘Kindergezang‘ (1999), de literaire roman ‘Hoe ik mijn horloge stuksloeg‘ (2006) en de bundeling essays ‘Wonderlijke Wapens‘ (2012). Hans Ulrich Obrist is de directeur van de Serpentine Gallery in London. Hij heeft een onuitputtelijke lijst van publicaties op zijn naam staan: ‘Do it‘(2004), ‘Everything You Always Wanted To Know About Curating * But Were Afraid To Ask‘ (2011) en de reeks ‘Conversation Series‘.

Jef Geys nodigt hen uit om te reageren op zijn dagboeknotities die hij dagelijks maakt op de kanten onderleggers van een kop koffie in een taverne in Balen. De correspondentie wordt verzameld in de editie ‘Koffieonderleggersdagboek‘.
Aan de hand van hun hoogstpersoonlijke selecties, inzichten en associaties brengen de drie auteurs mechanismen aan het licht die voor ons ‘blote oog’ onzichtbaar blijven in de kunstwereld en in de maatschappij.

[ ‘De Sokkel#7’ tot 21 september 2014 in het Stadspark ter hoogte van speeltuin en skatepiste Quinten Matsyslei, 2000 Antwerpen. ]

verschenen op Cobra.be op 7 mei

white-space

HET KOFFIEONDERLEGGERSDAGBOEK – THE COFFEE COASTER DIARY – LE JOURNAL INTIME SOUS-TASSE A CAFE

Posted in Koffieonderleggersdagboek, Uncategorized by gvd on April 21, 2013

Scan-to-Me from 10.170.18.24 2013-04-25 085719_01

Scan-to-Me from 10.170.18.24 2013-04-25 085825_01

Scan-to-Me from 10.170.18.24 2013-04-25 085750_01

Het ‘Koffieonderleggersdagboek’ bestaat uit een aantal reeksen met korte aantekeningen of berichten over de actualiteit, die in feite krantenkoppen zijn.

’s Morgens gaat Jef Geys naar een nabijgelegen café om koffie te drinken en de kranten te lezen. Hij richt zich op de krantentitels, en noteert die welke hem om de een of andere reden het meest opvallen; daarvoor gebruikt hij de papieren onderleggertjes waarop de koffie wordt geserveerd. Vanzelf komen banale en ernstige nieuwsfeiten arbitrair naast en door elkaar te staan.

Het doorzien van de kranten betekent de start van Jef Geys’ werkdag – als een soort reality check, die bewust en onbewust een kader schept voor alle activiteiten die erop volgen.

Op het derde voorbeeld dat we hierboven tonen staan de titels rond een scène met de stripheld Robbedoes. De zinnetjes vormen het actieterrein waarbinnen Robbedoes functioneert. Het geheel zouden we kunnen bekijken als een beeld dat het nieuws van een dag ‘samenvat’ en – zijdelings – ook kritisch benadert.

De bestaande stripfiguur krijgt hier te maken met feiten uit een hem niet vertrouwde culturele omgeving, uit een realiteit die hem niet eigen is en die hij desondanks niet kan ontwijken; hij is losgekoppeld van de fantasiewereld waarbinnen hij normaal gezien ten strijde trekt. Terwijl een lezer dikwijls opgenomen wordt in de fictieve wereld van een verhaal, gebeurt hier het omgekeerde: de stripfiguur wordt tot zijn verwondering meegevoerd in een reële wereld – die hem misschien als fictie voorkomt.

De figuur Robbedoes ontstond uit het gelijknamige striptijdschrift (waarvan de Franstalige tegenhanger, Spirou, nog altijd bestaat). Dit weekblad had destijds een rubriek waarvoor iedereen tekeningen kon inzenden, en zo werd het het eerste medium dat een tekening van Geys opnam.

In 2014 zal het Middelheimmuseum een aantal onderleggers uitgeven in een speciale editie van het Kempens Informatieblad. In die publicatie zullen ook commentaren verschijnen die Hans-Ulrich Obrist en Joris Note schrijven bij een selectie uit de nieuwskoppen van Jef Geys.

THE COFFEE COASTER DIARY

Koffieonderleggersdagboek (The Coffee coaster diary) consists of a number of series with short notations or comments on actuality, which are in fact newspaper-headlines.

In the morning Jef Geys goes to a nearby café, drinks a coffee and reads the newspaper. He’s focussed on the headlines and notes/writes down those that –for one reason or another- strike him the most. For this, he uses the paper coaster on which his coffee is served.  On their own accord banal and serious news-items get juxtaposed arbitrarily.

Leafing through the newspapers means the start of Jef Geys’ workday; as a sort of reality check that creates –consciously and un-consciously- a frame for all consecutive activity.

The third example shows titles around a scène with the cartoon-hero Robedoes. The sentences shape the action-field in which Spirou functions. The whole could be seen as an image that summarises the day and –indirectly- has a critical approach to it.

In this case the existing cartoon-hero gets to deal with facts from a cultural environment unfamiliar to him; from a reality that is not his own, and which he can not avoid; he is detached from a fantasy-world in which he normally goes of to battle. Whereas a reader is often absorbed in the fictional world of a story, the opposite is happening in this case: the cartoon-figure is lead –to his own surprise- in a real world, which may appear to him as fiction.

The figure of Robbedoes originates from the homonymous cartoon-magazine (of which it’s French counter-part Spirou still exists). The magazine used to have a section in which everyone was invited to send in drawings and as such it became the first medium to publish a drawing of Geys.

In 2014, the Middelheim museum will publish a number of coasters in a special edition of the Kempens Informatieblad. This publication will contain comments by Hans-Ulrich Obrist and Joris Note on a selection of Jef Geys’ newspaper-headlines.

LE JOURNAL INTIME SOUS-TASSE A CAFE

‘Koffieonderleggersdagboek’ (Le journal intime sous-tasse à café) est une série contenant de brèves annotations, des commentaires sur l’actualité qui sont en fait des gros titres de journaux.

Le matin, Jef Geys se rend au café du coin, y bois un café et y lit le journal. Il se concentre sur les gros titres et note ceux qui –pour une raison ou une autre– le frappent le plus. Pour cela, il utilise la sous-tasse en papier sur laquelle son café lui a été servi.  Naturellement, des objets banals et sérieux se retrouvent arbitrairement juxtaposés.

Parcourir les journaux marque le début de la journée de travail de Jef Geys ; comme une sorte de reality-check qui crée –consciemment et inconsciemment– un cadre pour toutes les activités qui suivent.

Le troisième exemple nous montre des titres entourant une scène représentant le héros de bande dessinée Spirou (ou Robbedoes). Les titres forment le champ d’action dans lequel Spirou fonctionne. L’ensemble pourrait être vu comme une image qui synthétise la journée et –indirectement– l’approche d’une manière critique.

Dans ce cas, le héros préexistant de bande dessinée se retrouve à s’occuper de faits d’un environnement culturel qui ne lui sont pas familier ; d’une réalité qui n’est pas la sienne et qu’il ne peux pas éviter ; il est détaché du monde imaginaire dans lequel il livre habituellement bataille.

Bien que le lecteur soit souvent absorbé dans le monde fictionnel d’une histoire, c’est ici l’opposé qui arrive : le personnage de bande dessinée est amené –à sa propre surprise– dans un monde réel, qui lui apparait comme une fiction.

Le personnage Spirou est issu du magazine éponyme qui existes toujours en francophonie. Ce magazine avait une section dans laquelle chacun était invité à envoyer des dessins, ce fut de cette manière le premier media à diffuser un dessin de Jef Geys.

En 2014, le musée du Middelheim publiera un certain nombre de sous-tasses dans une édition spéciale du ‘kempens informatieblad’. Cette publication contiendra des commentaires de Hans-Ulrich Obrist et Joris Note sur une sélection des gros titres de journaux de Jef Geys.