WEBLOG JEF GEYS

OPROEP AAN ONTWERPERS

Posted in Martin Douven - Leopoldsburg by gvd on April 4, 2013

Naar aanleiding van MARTIN DOUVEN – LEOPOLDSBURG – JEF GEYS lanceert het M HKA een oproep aan ontwerpers, tekenaars en kinderen om voorstellen tot 3Dprint te leveren. Jef Geys ziet in de techniek van 3Dprint een grote toekomst voor kunst en haar productie. Hij daagt ons uit om er mee aan de slag te gaan.

M HKA werkt samen met i.materialise, een webplatform dat 3Dprinting voor iedereen beschikbaar maakt. 3Dprinting is een technologie die toelaat om uniek beeldend werk uit te voeren met eender welke complexiteit, maar even goed om het honderd keer te kopiëren.

In het M HKA-salon kan u tot eind december een 3Dprinter in actie bewonderen. Daarnaast tonen we ook geprinte projecten ontworpen door zowel bekende designers, als hobbyisten en kinderen!

Zin om zelf te ontwerpen in 3D? Check deze link en bezorg ons je voorstel. In december worden 9 ontwerpen in 3D geprint.

3D_digitaal_NL

PAINTINGS ADOLF HITLER

Posted in Martin Douven - Leopoldsburg by gvd on December 14, 2011

Tot 31 december 2011 kan u vier schilderijen van Adolf Hitler (kopies?) bekijken in het Museum van Hedendaagse Kunst – MuHKA  te Antwerpen. Ze verschenen ook in een advertentie op 2 december 2011 in De Standaard, De Gentenaar en Het Nieuwsblad.

Until 31 december 2011 you can see four paintings (copies?) of Adolf Hitler in the museum MuHKA in Antwerp. They also appeared in the following newspapers: De Standaard, De Gentenaar and Het Nieuwsblad ( 2 december 2011).

Tagged with: , ,

MARTIN DOUVEN – LEOPOLDSBURG – JEF GEYS

Posted in Martin Douven - Leopoldsburg by gvd on August 16, 2011

Martin Douven (1898-1973), a self-taught painter from Leopoldsburg, started selling his own small paintings in 1928. He later taught his children and others to paint in a form of mass production. After the war his company expanded into a factory making both paintings and frames that employed two hundred people and exported worldwide.

As a boy, Jef Geys was at school with one of Douven’s sons, and this gave him the opportunity to see the workings of the factory. In the late fifties, when he was already a painter and teacher, by chance he received from his father-in-law a painting originating from Douven’s workshops. This work (of a lake with two small swans) became the starting point for a study of the essential elements of painting: what made an image ‘attractive’, to whom, and how? This gave rise to a series of black paintings in which Geys marked the centre of gravity geometrically. It was here too that his exploration of various aspects of the painting itself began: support, material, helpers, signature, and so on. All this together, starting out from Martin Douven, forms the subject of this exhibition in M HKA.

9 sept 2011-31 dec 2011 in M HKA

Tagged with: , , , ,

SNEUVELNOTA M HKA TEGENOVER KODEC

Posted in Martin Douven - Leopoldsburg by gvd on April 1, 2011

0. Situering

Jef Geys is auteur van een beeldend oeuvre dat het M HKA vanuit zijn kunsthypothese beschouwt als een sleutelreferentie in de naoorlogse kunstscène in de regio. Het M HKA vindt dit oeuvre van potentieel globaal belang. M HKA heeft dit belang ook consistent uitgedrukt, door eigen teksten, door het werk intensief in te zetten in het geactiveerde collectiebeleid (ook in o.m. Shanghai, Singapore en Rabat), door de organisatie van de monografische tentoonstellingen ‘Villa Wintermans’ (in 2009, in KMSKA) en ‘Martin Douven – Leopoldsburg – Jef Geys’ (in M HKA, in 2011) en door het werk internationaal te promoten (met als gevolg onder meer een cover van het Oostenrijkse tijdschrift ‘Springerin’ en binnenkort een feature in het eigen tijdschrift ‘Afterall’).

Jef Geys wil zijn nalatenschap veilig stellen waarbij hij ervoor ijvert om zijn erfenis te kunnen betalen in kunstwerken en waarbij hij streeft naar een stichting die (een deel van) de erfenis zou gaan beheren. Deze stichting, KODEC, beoogt een PPS-constructie te worden. Er wordt hierbij gestreefd naar lokale (aanvankelijk initiatiefnemer), provinciale en Vlaamse subsidies. Omdat dit een a-typisch opzet is binnen een door sociaaldemocratische gelijkschakeling doordrongen beleid, is dit niet zo voor de hand liggend.

Geys noemt deze stichting in oprichting het ‘Kempens Onderzoeks-, Documentatie- en Educatiecentrum’ (KODEC). Ze wil de valstrik van een kunstenaarsmuseum vermijden en zal in principe ook openstaan voor de archieven en attitudes van andere kunstenaars uit de regio uit verscheidene disciplines.

Om te beginnen zal ze zich richten vanuit de attitude van Jef Geys zelf: kunst als een autonoom gegeven dat wel radicaal in de maatschappij wil staan, dat (daarom ook) een lokale verworteling zoekt en deze combineert met een internationale werking.

In eerste instantie zal KODEC moeten instaan voor het behoud en beheer, onderzoek en presentatie van een belangrijk oeuvre, dat van Geys, en zal het de houding hiervan ook uitdrukken in een zowel lokale als internationale projectwerking.

De concrete doelstellingen zijn:

– een plek te zijn in de Kempen die kunst maatschappelijk inbedt, met ook kunsteducatieve en artistieke projecten en een bibliotheek.

– behoud en beheer, onderzoek en ontsluiting van het archief (oeuvre) van Jef Geys en van andere kunstenaarsarchieven en verwante objecten.

– fondsenwerving om verwante cultuurprojecten te steunen.

– een internationale werking verzekeren door internationale projecten naar de Kempen te brengen en projecten uit de Kempen internationaal te brengen.

Jef Geys onderhoudt steeds goede – en onafhankelijk van elkaar werkende – contacten met diverse actoren, hij doet dit zo bij galerijen, hij doet dit zo bij instellingen.

Wat instellingen betreft, zijn dit momenteel:

– het M HKA in Antwerpen, via Bart De Baere e.a., dit is een instelling van de Vlaamse Gemeenschap,

– De Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België, via Virginie Devillez, projectleider van het Musée Magritte Museum, ook verantwoordelijk voor het Archief voor Hedendaagse Kunst in België, dit is een federale Belgische instelling

– Muzee in Oostende, via Philip Van den Bossche, dit is een instelling van de provincie West-Vlaanderen.

Aan het M HKA is door Frederik Swennen, die de oprichting van KODEC als stichting voorbereidt, gevraagd om als penhouder op te treden voor een projectaanvraag bij de Vlaamse Gemeenschap van KODEC (in oprichting). Jef Geys heeft het M HKA gevraagd zijn houding tot KODEC te formuleren. Deze tekst is dienstig daartoe.

M HKA maakt een onderscheid in drie fases met andere vraagstellingen.

1. Voorbereiding

KODEC wil en kan enkel de kernexpertises zelf ontwikkelen die nodig zijn om zijn doelstellingen te bereiken.

Die betreffen enerzijds museale, archivalische en onderzoeksexpertises.

Ze betreffen anderzijds kunst- en cultuureducatieve expertises en projectmanagement.

Een bezetting van drie FTE lijkt hiervoor minimaal, iemand die instaat voor de projectwerking en het algemeen management en twee onderzoekers. Dan zijn de educatieve werking zelf en administratieve en technische ondersteuning nog niet verzekerd.

Een subsidiedossier op zich volstaat niet. Waar het om gaat is de planning van een opstart van een organisatie op een dusdanige manier dat:

–         ze aansluit bij de eigenzinnige basics van een sleutelkunstenaar, anders is het enkel omzet maken,

–         ze aansluit bij de wensen en capaciteiten van de diverse personen die er structureel bij betrokken zullen zijn, anders nemen die de stichting niet op en over,

–         ze werkelijkheden (zoals de subsidie) en mogelijkheden (zoals mogelijke toekomstige private inbreng) opneemt en op elkaar afstemt, anders klopt het plaatje niet,

–         het praktisch organisatorisch simpel werkbaar wordt, anders zijn de mensen van KODEC dood voor de opstart halverwege is,

–         het allemaal geloofwaardig klinkt (in de diverse retorische registers), anders adviseert de te passeren commissie zéker negatief,

–         de vooropgestelde doelstellingen formeel gehaald worden (daarvan hangt verder zetting uitbetaling af), anders is er na het eerste voorschot geen tweede som,

–         wat gehaald wordt leidt tot een stabiele verdere toekomst, anders is het tijdverspilling.

Eigenlijk gaat het om een concreet beleidsplan voor een innovatieve institutionele architectuur waar dan voor een stukje subsidie wordt gevraagd.

M HKA is in staat hiervoor een witboek te maken dat de problemen op een rijtje zet en mogelijke oplossingsrichtingen aanreikt. Dit kan haalbaar zijn als een collectieve oefening vanuit de instelling, waarbij een startmoment met de kunstenaar en de kernleden van de toekomstige stichting wordt gevolgd door stukken ontwerpen van analyse, methodologie en kostprijsberekening.

Dat is dan een uitgebreide dienstverlening vanwege het M HKA.

Als dit gewenst wordt, dienen daar afspraken voor te worden gemaakt.

2. Toetsing aan KODEC als collectief

Het is de bedoeling dat de werking van KODEC wordt verzekerd door een Private Stichting (met uitsluitend culturele doelstellingen) of een Stichting van Openbaar Nut. Het zou kunnen dat daar enkele bestuurders als vertegenwoordiger zetelen van zowel publieke als private partners. In eerste instantie gaat het echter niet om hen, maar is de vraag welke groep mensen met allerlei inhoudelijke en praktische expertise zich ten persoonlijken titel honderd percent hiervoor engageren. Zij vormen immers de kern die de zaak hands on trekt en operationeel maakt. Zonder zo’n sterke kern is dit opzet niet levensvatbaar. In deze fase is inbreng van instellingen uit den boze, dus ook het M HKA.

Deze bestuurders dienen op grond van het witboek – en eventueel daarvan afwijkend – een beleidsplan op te stellen waar ze zelf in geloven en waarvan ze de verantwoordelijkheid op zich nemen. Structurele afspraken met institutionele partners zijn deel van dit werk.

Als dit alles is gedaan, kan KODEC een projectaanvraag doen voor het deel waarvoor het gesubsidieerd wil doen. Het is dan zelf penhouder.

Dit is een bijzonder en bijzonder ambitieus initiatief. De haalbaarheid ervan is vooralsnog niet verzekerd. De beoogde PPS-constructie staat of valt om te beginnen met de private kant die zowel dynamisch, zeer geëngageerd, op lange termijn gericht als zich bewust van het belang en de beperkingen van publieke inbreng dient te zijn.

3.  Opstart werking

Een van de elementen in de toetsingsfase kan een onderhandeling zijn met een instelling over de structurele verhouding tussen KODEC en de instelling.

De formulering van zo’n verhouding zou betekenen dat de instelling zijn engagement voor KODEC als een deel van zijn eigen werking zou gaan zien. Dit zou heldere, geformaliseerde structurele afspraken inhouden, waarbij zowel de autonomie van KODEC zou dienen te worden gegarandeerd als de inbreng van de instelling afgebakend en gevaloriseerd.

Dergelijke afspraken kunnen onder meer gaan over:

–     organisatietechnische expertises als boekhouding en personeelsbeheer,

–     collectietechnische expertises, zoals principes van handling, restauratietrajecten, …

–     archivalische expertises, (M HKA wil b.v. een archivaris aanwerven die archieven als KODEC kan coachen),

–     het laten gebruik maken van software en capaciteit qua digitalisering en IT,

–     inbedding van onderzoekers met eigen focus in een breder platform.

Er zijn twee mogelijke richtingen om deze verhouding vorm te geven. Laten we er even vanuit gaan dat de instelling M HKA zou worden.

– In de ene worden er tal van punctuele afspraken gemaakt en maximaliseert KODEC zijn autonomie, de betrokkenheid van M HKA blijft dan eigenlijk relatief beperkt maar het museum neemt hier dan wel zijn expertiserol voor het veld op.

– In het tweede blijft KODEC een semi-autonome instelling die wel structureel verbonden is aan het M HKA. KODEC oefent dan een aantal functies (de project- en de marktwerking) volledig los van M HKA uit waarbij M HKA enkel coacht. M HKA neemt het voortouw in een aantal structurele inhoudelijke verantwoordelijkheden, op het vlak van de permanente (museale en archief-)functies. KODEC monitort de vooruitgang en kwaliteit hiervan. Er ontstaat zo een dubbelfiguur tussen KODEC en M HKA.

Het agentschap is voorstander van deze tweede mogelijkheid, waarbij vanuit het (subsidie)perspectief van de Vlaamse Gemeenschap M HKA KODEC superviseert, ondersteunt en monitort. Het kan zelfs zijn dat de steun van de Vlaamse gemeenschap voor KODEC via M HKA verloopt dat hiervoor dan een bijkomend deel geoormerkte dotatie krijgt. Het zou ook kunnen zijn dat steun via KODEC verloopt maar dat onderzoekers operationeel vanuit M HKA worden aangestuurd.

Waar KODEC op zich initieel volledig autonoom is en dus met om het even wie kan samenwerken, is er politiek gezien een zekere logica dat dit structureel preferentieel met M HKA zou gebeuren, dit zowel om geografische als omwille van ‘staathuishoudkundige’ redenen.

Voor M HKA zelf zijn beide richtingen gelijkwaardig. Een krachtige partnerinstelling in de buurt die helemaal zelf aan de kar trekt met de soepelheid van een privébedrijf is een groot goed, een heldere verantwoordelijkheid vanwege M HKA is iets wat een museum moet kunnen opnemen, hoewel het niet voor de hand liggend is.

In beide opties is vooral belangrijk dat de verwachtingen realistisch zijn en er helderheid daaromtrent is. De verhouding dient het omgekeerde te zijn van een ‘lopende rekening’. M HKA kan geen oplosser zijn waarvan de capaciteit naar believen wordt ingezet. Het zal hoe dan ook gaan om een beperkte inzet van schaarse middelen.

In de eerste oplossingsrichting ontstaat die door beperkende afspraken, in de tweede doordat M HKA zijn eigen verantwoordelijkheid in een institutioneel meerjarentraject opneemt op eigen ritme.

Bart De Baere, M HKA, 30.3.2011  

Tagged with: , , ,